Delen

Abdul vluchtte

De 'Wereldvluchtelingendag' is een speciale herdenkingsdag die jaarlijks wordt gevierd op 20 juni. Volgens Fedasil zijn er wereldwijd meer dan 65 miljoen mensen op de vlucht. Dat is bijna 6 keer de bevolking van België. Vluchtelingen, je hoort erover in het nieuws maar vaak hebben we geen idee wie deze mensen zijn. Daarom doet Abelqader, Abdul voor de vrienden, zijn verhaal.

Abdul

"Ik ben 16 jaar en ik kom uit Bagdad in Irak. Toen we vluchtten was ik 13. We leefden in onleefbare omstandigheden in Irak. We ondergingen bedreigingen en aanvallen op ons gezin. Wat doe je wanneer zelfs de lokale politieagenten corrupt zijn en deel uitmaken van het gevaar? Je voelt je machteloos en je weet niet wat gedaan.

We hebben veel moeten doorstaan. Mijn broer werd op zijn busreis naar de universiteit ontvoerd maar is kunnen ontsnappen, ons huis werd volledig afgebrand,… Wanneer we al onze bezittingen en opties kwijt waren, nam mijn broer het initiatief om het vertrek uit Irak te bespreken met mijn ouders. Het was té gevaarlijk geworden om te blijven. Niemand vertrekt graag uit zijn vertrouwde omgeving. Vluchten doe je omdat je geen andere keuze hebt.

Mijn zus woonde al in België, desondanks hebben we niet het plan gemaakt om naar België te komen. We hadden eigenlijk geen enkel land in ons hoofd bij vertrek. In ons hoofd renden we niet ergens naartoe, maar we renden vooral weg van de omstandigheden in Irak. We moesten vluchten, maar hadden nog geen idee waar we zouden uitkomen.

Met onze laatste spaarcenten vertrokken we richting Noord-Irak, om van daaruit met de bus naar Turkije te gaan. Onvoorbereid volgden we de massa. Maar de reis op zich was ook levensgevaarlijk want Irak mag je niet zomaar verlaten. Eens aangekomen in Turkije stapten we verder richting de kust om de zee over te steken naar Griekenland. Het rubberen bootje was misschien voor nog geen 20 mensen, maar we zaten er met 45 in en we hadden allemaal rugzakken en spullen bij. Voor het einde van de oversteek viel de motor van het bootje stil en begonnen we met onze handen te peddelen. Dat bracht het bootje uit evenwicht en voor we het wisten lag iedereen in het water: vrouwen, mannen, kinderen. Ik kon niet zwemmen, mijn ouders ook niet. We probeerden zoveel mogelijk vast te houden aan de spullen die rondom ons in het water lagen. Mijn papa zei dat ik een rugzak moest aandoen in het water zodat ik niet zou zinken. Uiteindelijk hielden we vast aan spullen en maakten we met zoveel mogelijk mensen een lijn in het water. Een deel heeft het gered, maar veel mensen zijn die dag verdronken.

We waren nat, hadden het koud en de spullen die we nog hadden wogen heel zwaar. In Griekenland kwamen we terecht in een vluchtelingenkamp. Heel veel mensen waren blij daar levend aan te komen. Maar voor mij was het choquerend om 2000 mensen zonder thuis in dat kamp te zien. In Griekenland konden we eindelijk bellen met mijn zus in België. We waren in Griekenland geraakt maar we wisten niet naar waar nu verder te gaan. In welk land zouden we proberen ons leven terug op te bouwen? We bespraken verschillende mogelijkheden maar omdat mijn zus hier woonde en dit ons enige aanknopingspunt was, hebben we toch samen beslist om naar België te komen.

In het vluchtelingenkamp kregen we de nodige documenten om per schip verder te mogen reizen. Dat was geen luxereis. Overal zaten mensen, jong en oud, op het schip om te overleven. Na een lange reis te voet, met de bus en met de trein kwamen we uiteindelijk uitgeput aan in het station van Brussel. Nadat we even bij mijn zus hadden kunnen douchen en eten, hebben we ons aangemeld bij het commissariaat generaal voor de vluchtelingen.

In het commissariaat zit je eigenlijk in een grote ruimte met veel andere mensen en moet je wachten tot je naam wordt afgeroepen. Je krijgt het adres mee van een opvangcentrum en daar moet je dan gaan wonen. Wij wilden liever bij mijn zus in Berlaar verblijven tijdens onze asielprocedure, maar dat mocht niet.

Het opvangcentrum lag in Charleroi. Omdat het schooljaar bijna gedaan was, kon ik nergens terecht om naar school te gaan. Ik ben dan bijna dagelijks naar het lokale jeugdhuis gegaan op advies van mijn ouders. Op die manier zou ik misschien toch een paar woorden Frans leren.  Het hele gezin leerde vanaf september Frans op school.

Ondertussen was contact met de familie in Irak moeilijk. Thuis hadden we geen wifi, maar er was een internetcafé een eindje van het opvangcentrum. Van de Carrefour tot aan de Veemarkt in Lier zou een vergelijkbare afstand zijn. We deden die afstand dan te voet om toch even met de familie te kunnen praten.

Op één van die dagen dat we naar het internetcafé gingen, vertrok mijn papa alvast en zei ik hem dat ik hem wel zou inhalen. Halverwege haalde ik hem bijna in en zag ik op afstand hoe hij in mekaar zakte op een grasveld. Ik was toen 14. Er waren geen mensen rondom ons en ik wilde mijn vader niet achterlaten. Bovendien kon ik nog steeds niet genoeg Frans om een ziekenwagen te bellen en hulp te vragen. Ik trok mijn vaders jas en t-shirt open en deed zijn benen omhoog maar hij bleef onwel. Op 200 m van ons was er een post van het rode kruis. Ik ben daar iemand gaan halen en heb die naar mijn vader geleid. Die persoon heeft dan de ziekenwagen gebeld.

Die avond is mijn vader terug naar huis gegaan maar na een paar weken zagen we hem zichtbaar achteruit gaan. Hij belandde opnieuw in het ziekenhuis, kon ons zelfs na een tijdje niet meer herkennen. We werden gevraagd om naar huis te gaan en mijn vader enkele dagen te laten rusten. Hij stierf zonder dat we erbij waren. We hebben geen afscheid kunnen nemen. Het ziekenhuis heeft ons ook niet gebeld na zijn overlijden, we ontdekten het pas de dag erna.

Na de dood van mijn papa zijn we niet langer in Charleroi gebleven. Mijn zus woonde in Berlaar en wij wilden bij elkaar in de buurt zijn. Als erkend vluchteling kregen we onze verblijfsdocumenten en woonden we eerst in Putte, daarna in Berlaar en uiteindelijk in Lier. Opnieuw moesten we een compleet nieuwe taal leren.

Wanneer je geen Nederlands spreekt en je komt hier aan in een nieuwe omgeving, dan kost het je veel moeite om je te integreren. Niet iedereen heet je van harte welkom en je weet ook nog niets over die nieuwe omgeving.

Ik ben met school gestart in de OKAN (onthaalklas anderstalige nieuwkomers) van het VTI. De leerkrachten waren erg vriendelijk en fijne mensen. In de klas zitten verschillende jongeren met een vluchtverhaal. Voor de Belgische jongeren op school waren de jongeren uit de OKAN een beetje ‘de vreemdelingen’ en niet iedereen was altijd even blij met onze aanwezigheid. Je voelde toch de afstand.

Ondertussen leerde ik stap voor stap Nederlands en startte ik met vrijwilligerswerk. Ik word mee ingeschakeld in het jeugdhuis De Moeve, ik help bij activiteiten in CC De Vredeberg of De Mol, ik was monitor bij de speelkoffer of help mee op het speelplein. Ik leerde heel veel toffe Lierenaars kennen.

Na het VTI deed ik nog een jaartje OKAN in het KTA. Daarna was mijn Nederlands voldoende om een opleiding te starten in het reguliere onderwijs. Nu ben ik 16 en ga ik naar school in Mechelen waar ik in TSM deeltijds de opleiding magazijnier volg. Ik wil zo snel mogelijk kunnen werken en zelfstandig zijn. In mijn vrije tijd doe ik nog aan sport in een Lierse club.

Ik kan je zeggen dat werk zoeken niet simpel is voor jongeren met een andere afkomst. Je ziet er anders uit en zelfs al beheers je de Nederlandse taal, je blijft ‘een anderstalige’ in de ogen van veel mensen. Sommige werkgevers zeggen gewoon dat ze je niet willen aannemen om die redenen maar vaak krijg je geen duidelijk antwoord of gewoon geen antwoord. En dan moet je verder zoeken.

Maar goed, ik heb al een lange weg afgelegd, letterlijk en figuurlijk. En ik ga er alles aan doen om mijn toekomst hier in Lier goed te laten verlopen."
 

Vanuit stad en OCMW Lier worden veel inspanningen gedaan om nieuwkomers de gelegenheid te geven zich zo snel mogelijk in te burgeren. Dit doen we d.m.v. taaloefenkansen op verschillende niveaus en voor verschillende leeftijden doorheen het schooljaar en in de zomervakantie. Van de Babbelier en de Zomerbabbel tot de Leeswereld, van Samen Inburgeren tot de taalvakantie, het taalbad en veel meer.
 

Omdat vluchten een zware tol eist, zeker van kinderen en jongeren, is de stad en OCMW Lier bovendien een samenwerking aangegaan met de vzw Solentra, dat staat voor Solidariteit en Trauma. Solentra is een deel van de (kinder)psychiatrische afdeling van het UZ Brussel en werkt rond trauma die het leven kan blokkeren. Psychologe Hilde Van Durme is elke donderdag in het sociaal huis van Lier aan het werk.

vzw Solentra - Hilde Van Durme, hilde.vandurme@uzbrussel.be, tel. 0485 63 84 67. Zeer dringende gevallen: telefonische helpdesk 0483 61 34 84.
 

Na hun erkenning krijgen vluchtelingen 2 maanden de tijd om het opvangcentrum te verlaten en zelfstandig een woning te vinden. Dit is meestal onrealistisch. De vrijwilligers van de vzw Mondiale Werken helpen bij het zoeken van een woonst of werk. Heb je een huis te huur, meubels in goede staat die weg moeten of wil je meer weten over deze vzw? Contacteer Tom van De Vel via woonhulp.regiolier@gmail.com of 0473 99 41 57

 

Meer info over dit thema? Sociaal Beleid – Diversiteit, Paradeplein 2 - integratie@lier.be – tel. 03 491 61 03

Uitgelicht

Sociaal beleid - Diversiteit

Sociaal Huis
Dungelhoeffsite
Paradeplein 2 bus 1
2500 Lier
03 491 61 03

lees verder